header image

Entre las nubes (Tussen de wolken)

Posted by: | 19 maart 2015 | 4 Comments |

En toen ging het snel. Ik schreef eerder over een mogelijke kano waar ik op gokte om de oversteek naar Peru te maken. En deze heb ik kunnen halen. Ik heb maar een dagje moeten wachten, maar heb daarentegen de reis veel sneller kunnen maken. De veerboot zou er in principe 4 tot 6 dagen over doen en dan tel ik de mogelijke wachtdagen niet eens mee. Ik kon met een familie mee.

Deze familie heb ik ontmoet in Nueva Rocafuerte, net aan de grens in Ecuador. Zij hadden zojuist hun dochter bezocht en gingen terug naar hun woonplaats Santa Clotilde in Peru. Voor 60 dollar mocht ik met hun mee. Ondertussen hoorde ik van mensen uit het dorpje dat er meer toeristen onderweg waren die wellicht ook naar Peru onderweg waren. En wat bleek, het waren drie Nederlanders. Drie jongens uit Amsterdam die net als ik aan het rondtrekken zijn in Zuid-Amerkia. Zij gingen ook mee met de familie, die er vooral niet op achteruit ging. Ik had hen ontmoet via een lokale gids, welke zo vrijgevig was om mij alleen in zijn huis te slapen. Al bleek later dat ik niet zo alleen was. Ik had mijn hangmatje opgehangen, want er was geen bed of dergelijks aanwezig. Dat bleek uiteindelijk een hele goede vinding. Terwijl ik probeerde te slapen in mijn hangmat, wat nog best een kunst is, betraden ongeveer een dozijn muizen de kamer waar ik in sliep. Ik probeerde nog wat gaten te dichten waar ze doorheen kwamen, maar de meerderheid van de planken lagen enigszins los van elkaar. Dus mijn belangrijkste spullen opgehangen en het gepiep, geritsel en getrippel als slaapmuziek beschouwd. Ik denk dat ik tegen een uur of drie of vijf, geen idee, wel ongeveer sliep.

De volgende ochtend vertrokken we niet al te vroeg. We voeren als eerst naar Pantoja. Het eerste dorpje in Peru om onze stempel van entree te verkrijgen. Vanuit hier vertrok ook de veerboot naar Iquitos. Tot onze verrassing waren er hier meer toeristen… gestrand. Ze zaten vast in het dorp omdat ze op de veerboot hadden gegokt en net genoeg cash hadden meegenomen voor deze boot. Maar niet genoeg om terug te keren of andere manier van reizen te kopen. De groep bestond uit 12 mensen. Omdat ze geen hotel of eten konden betalen hadden ze van de mensen uit het dorp een huis ter beschikking gekregen en mochten ze mee met het zoeken van vruchten en groenten in het jungle. Uit deze groep gingen een Argentijnse en een Spaanjaard met ons mee. Zij hadden een vliegtuig te halen en hebben aangevoden in Iquitos te pinnen zodat ze de toch konden betalen.

Uiteindelijk zaten we dus met 7 toeristen op de boot in plaats van alleen ik. Maar ook in Peru geldt het spreekwoord hoe meer zielen… We voeren weg uit Pantoja met wat bleek later een lange dag te gaan. De boot was behoorlijk primitief. Zo was het een simpele kano met planken als bankjes en hemelzijdank een huif. De motor zou ik omschrijven als een grasmaaier met een lange buis met aan het eind een schroef. Het geluid was behoorlijk dus hoe verder achter in de boot hoe minder gesprek mogelijk was. In het begin was het prima, maar na een paar uur ga je toch op zoek naar een soort rugleuning of andere houding. Volgens mij zijn we zo in die twee dagen de hele boot door gekropen. De eerste dag voeren we tot ver na zonsondergang naar het dorpje Campo Serio. Hier mochten we onze hangmat ophangen in het huis van een bevriende familie. Heel fijn dat dat kon, we waren behoorlijk moe van de hele dag kano-zitten. We bedankten de man des huizes dan ook hartelijk, waarna hij meteen zijn kans schoon zag voor een verzoek. Hij verzocht mij vriendelijk om hem 100 dollar te geven zodat hij naar Lima kon.

De volgende dag, of eigenlijk dezelfde nacht, werd ons ontbijt al gemaakt. We kregen het voorgeschoteld toen we weer onderweg waren. Het was een typisch gerecht van de selva(jungle), soort varken met rijst. Helaas het had verrassend weinig weg van varken. Meer een soort taai gefermenteerd gerookt stuk leer. We kregen eerst een bord voor ons vieren, wat we al een hele klus vonden om gezamenlijk op te eten. Echter bleek dat we allemaal ons eigen bord kregen. Maar ik heb alles opgegeten! Verder ging de reis voorspoedig en waren we aan het eind van de middag in Santa Clotilde, waar bij de familie van de kano mochten slapen! Wel jammer, ik bleek diep te slapen, want ’s nachts kwam de zoon van de familie dronken een gevangen slang presenteren. Niks van gemerkt…

De volgende dag gingen we met de speedboot naar Mazan om met een soort tuktuk/motordriewieler een haarspeld uit de rivier af te snijden. Daarna op de laatste speedboot naar Iquitos. En toen waren we er. Een bizarre en interessante stad. Er wonen 400.000 mensen, ik heb 5 auto’s zien rijden en er rijden 25.000 motortaxi’s(motordriewieler) rond. Het deed de andere jongens sterk denken aan India. Het leuke was dat je je voor 3 sol liet rondrijden, staat gelijk aan 90 eurocent. Het was uberhaupt een goedkope stad, we lunchten gemiddeld voor 4 sol, € 1,20 en mijn eerste hotel was 10 sol, € 3,- per nacht! Ik heb vervolgens nog een 4-daagse trip gemaakt, de jungle in. Samen met een Canadees, Amerikaan, Peruaan en natuurlijk onze geniale gids. Met blote handen of met een speer scoorde hij de vissen voor ons eten. Hij zag op gemiddeld 100 meter leguanen en luiaards zitten en hangen.

Na deze dagen ben ik per vliegtuig naar Lima gereisd, om vanuit daar de bus naar Ayacucho te nemen. Ik moest wel paar uurtjes doorbrengen in Lima, dus ik ging naar La Punta. Een koloniale wijk die als een pier in de zee ligt. Ik moest er per taxi heen en toen heb ik ontdekt dat het verkeer in Guayaquil redelijk rustig is. Een analyse was nodig om het Limanese verkeer te begrijpen. Het is eigenlijk een groot spel: Stel je hebt een weg van 3 banen voorzien strepen. Regel 1, er zijn geen banen, regel 2, vergeet de strepen. Regel 3 is de belangrijkste, je bent af als je langer dan 5 seconden achter dezelfde auto rijdt. Dat betekent volgens de stelling van Pythagoras dat men meer afstand aflegt en in hetzelfde stuk weg meer snelheid maakt, wat het idee wekt dat het sneller gaat. Het leuke verder is dat je eigenlijk van elke auto de voorkant, achterkant en zowel de chauffeur als de bijrijder ziet. Oh en niet te vergeten regel 4, je bent ook af als je niet om de 3 seconden toetert, want toeteren is toch een soort bevestigen van je bestaan hier.

Gelukkig zat ik ’s avonds in een mega chille bus en had ik nergens last van. Behalve dan toen we de volgende ochtend echt omhoog gingen, rond de 3500 meter. Ik voelde me niet helemaal goed, maar dat verdween toen we afdaalden naar Ayacucho, op een hoogte van 2750 meter en ik goed had geslapen. Ayacucho staat bekend als de stad met 33 kerken, maar misschien nog wel meer om zijn duistere verleden. In deze contreien is de beweging Sendero Luminoso begonnen. Deze terroristische organisatie begon in jaren 80 en stond voor Maoïstische en Communistische idealen. Om bekendheid te vergaren plaatsten ze bommen en ontvoerden/elimeerden agenten en journalisten. De noodtoestand werd uitgeroepen en het leger greep onbesuisd in. Wat volgde was een neerwaardse spiraal van geweld waarbij de burgers uiteindelijk het grootste slachtoffer werden. Het leger arresteerde blindelings jongens en mannen, waardoor de bekende beweging ANFASEP ontstond. In deze beweging bundelen de moeders en vrouwen van de verdwenen mannen hun krachten om te protesteren. De oprichtster hiervan heeft zelfs Amersfoort bezocht voor een steunprotest. Uiteindelijk is er in eind jaren negentig een commissie ingesteld voor opheldering en gerechtigheid. Deze commissie is afgesloten in 2003, waarna er diverse monumenten zijn geplaatst. Maar nog altijd mijden de Peruanen zelf Ayacucho voor deze geschiedenis. Wat absoluut onverdiend is, want het is een mooie stad met leuke mensen. Ik heb verrassend veel gepraat met de inwoners, meer dan ik had verwacht na verhalen over de Sierra. Ook toeristen van buiten Peru weten de stad niet echt te vinden, waardoor ik regelmatig op de foto moest met mensen of men starend aankeek.

Vanuit Ayacucho ben ik naar Huancavelica gereisd met een collectivo, een minibus die pas vertrekt als die vol is. Het vertrok redelijk vroeg 5:30 in de morgen, maar daardoor kwam ik mooi vroeg aan. Huancavelica is een afgelegen stadje tussen de heuvels en bergen van de Andes geklemd. Het is uitzonderlijk hoog, 3690 meter, dus dat was te merken in de temperatuur. KOUD! Na een half jaar de tropische warmte van Guayaquil is 3 graden wel even wennen. Ze kennen hier ook geen warmte isolatie of centrale verwarming dus mijn kamer was niet noemenswaardig warmer dan buiten. Ik sliep met 4 lamawollen dekens… Verder is Huancavelica een van de armste steden van Peru, maar het is een prachtige stad vol met koloniale architectuur. In de tijd van de Spaanse hegemonie zijn er verschillende zilver en kwik mijnen gegraven, waardoor deze gebouwen betaald konden worden. Maar nog even over de reis, die was geweldig. De uitzichten waren fantastisch en we reden door de besneeuwde toppen van de Andes. Zo’n 50 kilometer voor Huancavelica kwamen we op het hoogste punt van de weg, 4825 meter. Ik had gelukkig nergens last van, heb zelfs na deze top een stuk geslapen. Uiteindelijk waren we rond half elf in het regenachtige stadje. Na een hotel opgezocht te hebben kon ik meteen mee met een tour de bergen in, naar de oude kwik mijnen. Deze zijn dus ontstaan in het Spaanse tijdperk, rond 1500, en hebben dienst gedraaid tot de jaren vijftig vorig eeuw. Ze hebben verder alles gelaten voor wat het was, Santa Barbara werd een spookstad. Heerlijk om foto’s te maken, zie hieronder het resultaat. Daarna nog even naar het uitkijkpunt boven de stad. Ook slechts op 4000 meter…

Na Huancavelica ben ik doorgereisd met een collectieve taxi naar Huancayo. (In de taxi hadden we een gesprek waarbij de chauffeur verbaasd vroeg of er geen bussen naar Nederland gaan als het vliegticket zo duur is) Ik noem wel elke keer de namen van de plaatsen hier, maar het heeft allemaal veel van elkaar weg. Dat komt doordat de plaatsnamen geënt zijn op woorden uit het Quechua, de taal hier in de bergen. Quechua klinkt een beetje als Duits gebrabbel, met veel “sje” en “tje” klanken. Dat klinkt trouwens ook door in het Spaans, dus het is wel wennen om de mensen te verstaan. In Huancayo heb ik rustig aangedaan, wat stadjes in de omgeving bekeken en veel gewandeld. De mensen waren hier aardiger dan Huancavelica, maar alsnog kon ik merken dat ze weinig toeristen gewend zijn. Dat geldt ook voor de vorige twee steden waar ik was, Huancavelica en Ayacucho. Soms als ik een winkel binnen ging en netjes gedag zei en vroeg hoe het ging, kreeg ik als antwoord een monotoon, Ola gringo. Nu is Gringo een lastig woord. Het is eigenlijk een bijnaam voor Amerikanen, omdat het leger langs de Mexicaans/Amerikaanse grens in hun groene pakken (Green) de immigranten wegstuurden met een enkel woord (Go). Voor mijn gevoel is geen negatief woord, het ligt er alleen aan hoe het wordt gebruikt. Men kan het als aardige tegemoetkomende groet gebruiken of meteen een afstand creëren. Maar in Huancavelica voelde het alleszins positief. Er werd daarnaast ontzettend veel gestaard en ik werd genegeerd als ik mensen gedag zei. Uiteraard was het geen ramp, maar ik was blij toen ik in Huancayo weer met de lokale mensen gesprekken kon voeren.

Na Huancayo ben ik met de bus weer naar Lima gereisd. En dat was een mooie tocht. Ik zat bovenin de dubbeldekker op de voorste rij, naast me zaten leuke mensen die verbaasd door mijn lonely planet van Peru bladerden en voor me zag ik een verscheidenheid van landschappen voorbij trekken. Zowel vieze industrie stadjes, als prachtige Teletubbie heuvels, besneeuwde bergtoppen en Marklin-achtige ravijnen voorzien van mist, beekjes en spoortunnels. Mijn buurvrouw in de bus legde uit dat het hooggelegen deel van de route (4500+ meter) zich normaal gesproken in een dikke laag sneeuw omhoog slingert, maar dat door de opwarming van de aarde bijna alle sneeuw is verdwenen. Daardoor zijn de mineraalrijke bergtoppen vrijgekomen voor grote mijnbouwbedrijven en zijn er al enkele bergtoppen volledig weggegraven voor hun metalen. Een triest gegeven.

En nu ben ik in Lima, wederom. Dit keer wat langer om de stad te bekijken, het museum over Sendero Luminoso te bezoeken en om Alonso op te zoeken. Alonso heb ik ontmoet op de jungle tour in Iquitos. Vanavond neem ik de bus naar Arequipa en begint de reis op weg naar Argentinië. Ik ben bijna elke dag wel onderweg tot eind maart, om dan bijna een week in Buenos Aires te zijn en Martin Iskra en zijn circus op te zoeken. Hopelijk lukt het me dan om daar nog mijn laatste verhalen op te schrijven over mijn ervaringen in zuidelijk Peru, Bolivia en Argentinië. Zo niet, dan was dit het laatste en zal ik jullie in levende lijve vertellen over de reis. Dank voor jullie reacties op mijn verhalen, het lukt niet altijd om er op te reageren, maar het is erg fijn om van jullie te horen.

Nog slechts iets meer dan twee weken voor ik weer voet zet op het vertrouwde continent. Ik kom zondag ochtend 5 april aan op Schiphol. En hoe mooi en bijzonder deze reis ook is, naar die dag kijk ik toch wel een beetje uit…

Mijn locatie .

under: Geen categorie

4 Comments

  1. By: Marijke en Ad Willemen on 22 maart 2015 at 16:30      

    Beste Luuk,

    Wat een prachtige, spannende en boeiende verhalen. Je hebt echt schrijverstalent ontwikkeld. Fijn om te lezen dat het goed met je gaat. We wensen je nog veel mooie belevenissen toe en kijken uit naar je terugkomst op 5 april a.s. Goede terugreis!

    Groeten,
    Ad en Marijke Willemen

  2. By: Harm on 20 maart 2015 at 09:13      

    Veel plezier de laatste weken!

  3. By: Jori en Kees on 19 maart 2015 at 21:24      

    Lieve Luuk,

    Een echt lang verhaal, deze keer! Ik heb het niet in 1 x kunnen lezen… En je schrijft weer mooi, ook nu maak je het nodige mee.
    En stiekem kijken wij ook uit naar 5 april. Niks voorgaan in een viering, ik sta op Schiphol om jou op te halen. De mooiste Pasen sinds lang! :)

    liefs van je ouders!

  4. By: Hans on 19 maart 2015 at 18:30      

    Mooie verhalen Luuk!! Groetjes en goede thuisreis alvast!!

Categories